Gespecialiseerd in Noord-Nederlandse kunst
Zowel gerenommeerde - als talentvolle jonge kunstenaars
Gevarieerde (verhuur)collectie met nadruk op figuratie
Naast schilderijen, tekeningen en grafiek omvat de
collectie ook sieraden en op bescheiden schaal sculpturen
Cobi Leentjes
Gerda Maas, Niki Fröhling, Cobi Leentjes, Itie Langeland
22 november 2018 t/m 22 december 2018
Bron: Leeuwarder Courant 14-12-2018

Esthetische aanklachten

Aan het eind van dit jaar gaat Artemisia in Leeuwarden dicht. De laatste expositie is tevens de laatste van een speciale reeks, waarin een inspirerende quote van cultuurfilosoof Alain de Botton als uitgangspunt is genomen.

Alain de Botton sprak ooit over de meerwaarde van kunst – niet alleen voor de individuele mens, maar ook voor de gehele samenleving – waarbij zijn betoog werd beëindigd met: ‘touch my heart!’ (raak mijn hart).
   
In het kader van LF2018 werd dit thema tijdens iedere expositie van Artemisia vanuit een andere invalshoek belicht. Kunstenaars uit ‘de stal’ van de galerie werden gevraagd om een kunstenaar uit te nodigen met wie ze graag wilden exposeren. In deze laatste editie ‘senang’ gaat het om Cobi Leentjes (die Itie Langeland inviteerde) en Gerda Maas (die Niki Fröhling vroeg). Het levert een intrigerende groepstentoonstelling op, met verrassende vondsten op materiaalgebied, maar ook met vrouwelijk raffinement. Wie op basis van de beschrijving denkt dat de geborduurde objecten (Langeland) of de op sieraden geïnspireerde wandreliëfs (Maas) decoratief zijn, onderschat het getoonde.
    Zo speelt Itie Langeland (1960) in haar portretten met vooroordelen over schoonheid. Ze gebruikt modefoto’s uit glossy tijdschriften, of grote posters uit bushaltes. Zo’n enorm affiche levert meteen een indrukwekkend canvas op qua afmetingen, maar de beeldingrepen die de kunstenares toepast, transformeren het geheel. Het zijn geen modefoto’s meer, maar esthetische aanklachten tegen de verwachtingspatronen tussen mannen en vrouwen.
    In een titelloos werk zijn een jongen en een meisje uit hun context gehaald en als losse vormen op de muur te zien. Op het stevige papier zijn borduursels en stiksels aangebracht, terwijl er ook onderdelen zijn uitgesneden. Het meisje is transparant geworden en heeft zich letterlijk en figuurlijk opengesteld. Ze is in het wit afgebeeld en lijkt een soort trouwjurk aan te hebben van opengewerkte kantpatronen, terwijl de man met zwart garen is bedekt, alsof hij een geborduurde bivakmuts draagt. Hij vormt in het zwart een gesloten vorm. Alleen hun ogen en monden zijn nog te herleiden tot de oorspronkelijke foto. Dat zorgt voor een vervreemdend effect en een accent op volle lippen en hunkerende ogen.
     Andere menselijke verhoudingen zijn te vinden in het gelaagde werk van Niki Fröhling (1950), die zich bezighoudt met thema’s als Altlast en Wiedergutmachung. Ze gebruikt daarbij gevonden voorwerpen van de straat en het strand, die door de kunstenares worden aangeduid als ‘civilisatieresten’. Verweerd hout wordt als drager gebruikt, soms vindt er een minimale ingreep plaats, maar altijd is het materiaal zoveel mogelijk zichzelf. Zoals in Lotgevallen, een installatie van zwart geblakerde strandvondsten waar een keurig kastje voor is gemaakt. De verkoolde resten staan er geordend in uitgestald als stilzwijgende schatten. Van een verwoestende vlammenzee? Of van een gezellig kampvuurtje? De herkomst is onbekend, maar het onbehagen is aanwezig.
   Ook Cobi Leentjes (1958) kiest voor het hergebruik van alledaagse materialen. Zij transformeert eenvoudige keukenzeven tot wandobjecten door de vorm te verbuigen en de gaatjes open te werken. In haar ‘kijkkastjes’ worden vormen geïsoleerd die opeens hun functie verliezen. Voor de hier getoonde serie Utljochting zijn veel lampjes en onderdelen uit lampen gebruikt. De herkomst is soms niet eens meer te traceren, maar het effect is uitermate boeiend.
   Gerda Maas (1960) realiseerde zich dat het thema ‘senang’ ongrijpbaar was en koos voor het verbeelden van wegschietende vonken na een vuurwerkknal. Ook dat is niet te pakken, maar je kunt er wel van genieten. Ze bewerkte polymeerschijfjes met pigmenten, bladzilver of bladgoud. Met metaaldraad werden ze in grillige groepjes bij elkaar gezet en tot wandobject gemaakt. Het is tevens een mooie metafoor voor het einde van de galerie. Artemisia is going out with a bang.


Susan van den Berg